Overslaan en naar de inhoud gaan

Op weg naar een bredere acceptatie van homeopathie (deel 1 van 2)

Echinea

Op weg naar een bredere acceptatie van homeopathie (deel 1 van 2)

Oud-huisarts Nico Westerman is arts voor acupunctuur, biofysische geneeskunde en neuraaltherapie. In een artikel dat is gepubliceerd in het Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde (2013-3) legt hij uit hoe het komt dat de werking van homeopathie niet gemakkelijk bewezen kan worden met behulp van de dubbelblind-methodes die in de reguliere geneeskunde worden gebruikt, en dat het (onwenselijke) gevolg daarvan is dat homeopathie dus ook niet wordt geaccepteerd door de reguliere geneeskunde. Daar komt nog bij dat de werkingswijze van de potenties die worden gebruikt in de homeopathie, botst met het denkkader van de reguliere geneeskunde.

Hij wil laten zien dat de homeopathie wel degelijk óók een natuurwetenschappelijke basis heeft. Belangrijk daarbij is om aan te tonen dat middelen die zo sterk gepotentieerd zijn dat ze geen aantoonbare moleculen van de werkzame stof meer bevatten, tóch effectief kunnen zijn.

Evidence based

Medicijnen worden in Nederland alleen toegelaten wanneer de werking evidence based is. Daarmee wordt dan een beperkte invulling (zie kader) gegeven aan dit begrip, namelijk men bedoelt dan dat de werkzaamheid hiervan is aangetoond in een dubbelblind uitgevoerd onderzoek, onder willekeurig ingedeelde groepen patiënten. Concreet betekent dit dat een groep patiënten geheel willekeurig in 2 groepen wordt verdeeld, waarvan één het echte medicijn of de echte behandeling krijgt en één een placebo. Noch de behandelaar, noch de patiënt weet wie met het placebo wordt behandeld. Als de therapie beter werkt dan de placebobehandeling, en vooral als dat in een aantal onderzoeken is aangetoond, wordt de werking van het geneesmiddel als ‘evidence based’ beschouwd. In dit artikel wordt dit soort onderzoek verder aangeduid als ‘dubbelblind’, omdat in de integrale gezondheidszorg uitgegaan wordt van een bredere definitie van ‘evidence based’.

Wat is evidence based medicine?

In integrale gezondheidszorg wordt uitgegaan van een brede definitie: bij op bewijs gebaseerde geneeskunde (Evidence based medicine, EBM) worden in het beslissingsproces over de zorg voor de patiënt drie aspecten in samenhang overwogen:
  1. klinische expertise van de arts/behandelaar: de ervaring, opleiding en vaardigheden van de behandelaar;
  2. de wens van patiënten: datgene wat de patiënten belangrijk/waardevol vinden, hun persoonlijke en unieke zorgen, verwachtingen en waarden;
  3. het wetenschappelijk bewijs: klinisch relevant onderzoek dat is uitgevoerd met een degelijke methode.

Eén vaste aanpak bij één aandoening?

Er zijn twee redenen waarom deze onderzoeksmethode vaak ongeschikt is voor het aantonen van de werking van homeopathie en andere complementaire behandelmethoden. Ten eerste leent deze methode zich vooral voor duidelijk gedefinieerde aandoeningen, oftewel voor één duidelijk probleem waarvan meteen duidelijk is wat er aan de hand is en waar in het lichaam het probleem zich bevindt. Ten tweede werkt de dubbelblind-benadering in onderzoek naar medicijnen eigenlijk alleen bij enkelvoudige therapieën, oftewel bij één duidelijk probleem wordt één vaste behandeling onderzocht die voor alle patiënten hetzelfde is. Binnen de complementaire geneeskunde wordt juist vaak niet uitgegaan van één eenduidige diagnose, maar van meerdere factoren die onderling verweven zijn en die gezamenlijk hebben geleid tot het ziek worden van de patiënt. En ook de therapie die dan wordt aangeboden, is vaak niet enkelvoudig. Deze bestaat vaak uit meerdere elementen, die ook nog eens zijn afgestemd op de individuele patiënt – en die dus verschillen van patiënt tot patiënt.

Verschillen in evaluatiemethode

Daar komt nog bij dat de manier waarop de resultaten van een complementaire behandeling worden geëvalueerd, heel anders is dan de methode die in de reguliere geneeskunde wordt gebruikt. De reguliere geneeskunde gaat uit van meetbare resultaten, die kunnen worden uitgedrukt in harde cijfers, en die worden gemeten binnen een vaste tijdstermijn. Maar de resultaten in de complementaire geneeskunde zijn juist vaak nogal subtiel (en dus niet één-twee-drie in harde cijfers meetbaar), ze verlopen geleidelijk (dus zijn niet altijd meetbaar binnen een strak gehanteerde termijn) en er zijn vaak grote individuele verschillen. Dat alles maakt dat dubbelblind-onderzoek vaak niet kán werken voor complementaire geneeswijzen. En het is er ook helemaal niet voor bedoeld!

Homeopathie: een individuele benadering

Vooral de homeopathie heeft ‘last’ van deze grote verschillen tussen de reguliere en de complementaire geneeskunde, aldus Nico Westerman. Wordt op homeopathische behandelingen dubbelblind-onderzoek toegepast, dan wordt volgens hem het kind met het badwater weggespoeld.

Want: een homeopathische behandeling is bijna per definitie niet gericht op de uiterlijke aandoening waarmee een patiënt naar de behandelaar komt. Homeopathie is gericht op wat hieronder ligt, in de mens als geheel. Het uitgangspunt van de homeopathie is dat elke uiterlijke ziekte het gevolg is van een dieperliggende verstoring. Met andere woorden: er wordt veel meer naar de mens dan naar de ziekte gekeken. De behandelaar stelt de diagnose in een heel uitgebreid en individueel gericht diagnoseproces, en schrijft dan ook een individuele behandeling voor. Dát heeft weer tot gevolg dat patiënten die volgens de reguliere visie aan dezelfde aandoening leiden, toch heel verschillende middelen voorgeschreven kunnen krijgen, omdat volgens de homeopathie de oorzaak van diezelfde klachten heel verschillend kan zijn.

De dubbelblind-methode is er volledig op gericht om iedere individuele factor juist uit te sluiten; de methode werkt pas als je patiënten onderzoekt die zich in exact dezelfde omstandigheden bevinden, wat dus volgens de homeopathie nooit het geval is.

Bewezen werkzaamheid… maar toch geen acceptatie!

Toch zijn er wel dubbelblind-onderzoeken gedaan in de homeopathie, en die hebben ook nog eens de werkzaamheid van bepaalde homeopathische behandelingen feilloos aangetoond, aldus Nico Westerman. Volgens hem toont dat eens te meer aan hoe werkzaam homeopathie kan zijn. Alleen: zelfs als met behulp van de reguliere, dus dubbelblind-methode wordt aangetoond dat homeopathie bij bepaalde aandoeningen effectief is, leidt dat nog steeds niet tot een grotere acceptatie van homeopathie! Als voorbeeld haalt Westerman Engels dubbelblind-onderzoek aan naar de werking van homeopathische middelen tegen hooikoorts, de zogenaamde pollenpreparaten. Deze middelen bleken vele malen effectiever te zijn dan het placebo en zelfs net zo goed als anti-histamine, een middel dat in de reguliere geneeskunde wordt voorgeschreven tegen hooikoorts. Juist omdat de werkzaamheid van deze middelen in alle opzichten kon worden vastgesteld volgens de criteria die de medische wetenschap daar dus zelf voor heeft opgesteld, werden de resultaten van dit onderzoek gepubliceerd in toonaangevende conventionele vaktijdschriften als The Lancet en The New England Journal of Medicine.
Zie voor dit onderzoek en andere voorbeelden: homeopathie.nl.

Maar … de middelen werden vervolgens niet breed geïntroduceerd in de reguliere geneeskunde, wat de acceptatie van de homeopathie als geheel een stuk dichterbij had kunnen brengen. Hoe komt dat?

Mengen met vloeistof – hoe zit het met de werkzame stoffen?

Homeopathische middelen zijn altijd sterk met een vloeistof (water en/of alcohol) vermengd. In het geval van de onderzochte hooikoortsmiddelen is het oorspronkelijke pollenpreparaat 30 maal 1:100 vermengd. Dat betekent dat er in het middel geen aantoonbare moleculen meer zitten van de oorspronkelijke, opgeloste stof. En dát betekent weer dat een zogenaamde farmacologische werking van het middel uitgesloten is. Verondersteld wordt dat deze middelen niet werken door moleculen, maar door energetische prikkels.

Daar zit hem volgens Nico Westerman de crux: om geaccepteerd te worden door de reguliere geneeskunde gaat het er niet eens zozeer om dat de werking van een middel wordt aangetoond, zelfs als dat dubbelblind gebeurt. Het gaat erom dat de werkingswijze, oftewel: de manier waarop het middel werkt, moet passen binnen het denkkader van de reguliere geneeskunde. En dat betekent concreet dat er in het middel nog werkzame stoffen moeten zitten. Alleen dan kan het namelijk ‘farmacologische werking’ hebben. Homeopathie valt daarmee dus buiten de boot: het is als brieven wegen met een vrachtwagenweegschaal en dan concluderen dat je er geen postzegel op hoeft te plakken omdat ze helemaal niets wegen.

Technische uitweiding: de constante van Avogadro

Op dit punt in zijn artikel weidt de schrijver uitgebreid uit over Lorenzo Avogadro, een Italiaanse wetenschapper uit het begin van de 19e eeuw. Naar deze wetenschapper is een wet vernoemd, de wet van Avogadro, die inhoudt dat alle gassen bij dezelfde temperatuur en druk evenveel deeltjes per volume bevatten. Later bleek dat deze wet niet alleen voor gassen, maar ook voor vaste stoffen opgaat. Zo kon worden vastgesteld hoeveel moleculen er standaard in een vaste hoeveelheid stof zitten. Die vaste hoeveelheid wordt ook wel mol genoemd. Het exacte aantal moleculen in een mol stof staat nu op 6,022142 x 1023. Alle biochemische bepalingen in ziekenhuislaboratoria worden in mol uitgedrukt. Een mol stof bevat dus 602 triljard moleculen.

Wat is nu de relatie met de homeopathie?

602 triljard moleculen in een mol lijkt heel erg veel. Maar zoals gezegd: in de homeopathie worden middelen met een vloeistof (water en/of alcohol) vermengd. Dat gaat in meerdere stappen, gecombineerd met een heel speciale manier van schudden. Dit proces wordt potentiëren genoemd, omdat de kracht (potentie) van het middel daarmee toeneemt. Er wordt bijvoorbeeld een factor 10 water toegevoegd en dat dan tientallen keren. Daarmee neemt het aantal moleculen in een mol razendsnel af. Zo snel, dat tussen de 23e en 24e stap er geen moleculen van de oorspronkelijk werkzame stof meer te vinden zijn. Vanuit biochemisch perspectief is er dan alleen nog oplosmiddel meetbaar. Maar al vanaf de 12e verdunningsstap is er eigenlijk zo weinig van de oorspronkelijke stof over, dat een moleculaire werking hiervan onwaarschijnlijk is.
Op homeopathie.nl wordt het potentiëringsproces heel uitgebreid en degelijk uitgelegd.  

Dubbelblind onderzoek ter discussie gesteld

De conclusie moet zijn dat de werkzaamheid van homeopathische middelen in elk geval niet kan berusten op een biochemische werking. Daarmee gaat de homeopathie lijnrecht in tegen het gangbare standpunt dat als er geen moleculaire werkzaamheid is, er ook geen biologisch effect kan zijn.

Blijkt een homeopathisch middel in de praktijk dan tóch te werken, dan roept dat vaak irritatie op bij onderzoekers, zoals bij de Leidse hoogleraar epidemiologie Vandenbroucke. Zíjn conclusie luidt: als dubbelblind onderzoek aantoont dat bepaalde middelen die niet werkzaam kúnnen zijn, toch werkzaam zijn, dan is dubbelblind onderzoek dus niet betrouwbaar genoeg. Een andere conclusie zou kunnen zijn: in zo’n geval zijn de middelen wel werkzaam, maar met de huidige uitgangspunten kunnen we de werking niet verklaren.

Nog twee grote verschillen

Nog groter wordt de kloof tussen de gangbare geneeskunde en de homeopathie als je bedenkt dat homeopathische middelen waarschijnlijk een sterkere werking hebben naarmate ze meer gepotentieerd worden. Dat staat haaks op de gangbare ideeën, waar medicamenten alleen maar sterker werken als ze méér geconcentreerd zijn.

Daarnaast zijn homeopathische middelen ook vaak een potentie van onbekende, soms nogal exotische stoffen waar de reguliere geneeskunde helemaal geen gebruik van maakt en/of die volgens de gangbare farmacologie geen enkele werkzaamheid hebben. Zo kan bijvoorbeeld gewoon keukenzout in hoge potentie een heel diepe werking hebben. Sterker nog: er worden in de homeopathie zelfs potenties van dodelijke vergiften gebruikt, zoals arsenicum.

Deze beide grote verschillen tussen de conventionele geneeskunde en de homeopathie dragen uiteraard ook niet bij aan de acceptatie van de laatste. De homeopathie is vooralsnog gewoon té strijdig met alles waar de gangbare geneeskunde in gelooft. ‘Wie geneest heeft gelijk’ gold vroeger. Die tijd is volgens Nico Westerman goeddeels voorbij, waardoor positieve onderzoeksresultaten naar de effectiviteit van middelen dus geen bijdrage meer leveren aan acceptatie ervan.

Conclusie

Volgens Nico Westerman is het overigens niet alleen de gangbare geneeskunde die verlangt dat behandelmethoden met het verstand te begrijpen zijn, ook de maatschappij zou dat willen. Dat brengt hem tot de volgende conclusie: om geaccepteerd te worden zal de homeopathie moeten laten zien dat ze wel degelijk een natuurwetenschappelijke basis heeft die (ook) met het verstand te begrijpen is. Het belangrijkste daarbij is aantonen dat middelen die zó sterk vermengd zijn met vloeistof dat ze geen aantoonbare moleculen van de werkzame stof meer bevatten, tóch effectief kunnen zijn.

Hoe dat gedaan zou kunnen worden is het onderwerp van een vervolgartikel van dezelfde schrijver.

Meer lezen

Lees het tweede deel van het artikel

In het nieuwste tijdschrift

 

In het nieuwste tijdschrift is onder meer uitgebreid aandacht voor:

  • Supplementen: wel of niet nodig?

  • Voeding en gezondheid

 

Word Vriend en ontvang dit digitale tijdschrift gratis.

 

Word Vriend (vanaf € 10)
en versterk de integrale gezondheidszorg!

 

Nu aanmelden

 

Naar bredere acceptatie homeopathie: 2 delen

Dit is het eerste deel van de bewerking van een artikel van Nico Westerman. Oud-huisarts Nico Westerman, arts voor acupunctuur en biofysische geneeskunde, legt daarin uit hoe het komt dat de werking van homeopathie niet gemakkelijk bewezen kan worden met behulp van de evidence based-methoden die in de reguliere geneeskunde worden gebruikt, en dat het (onwenselijke) gevolg daarvan is dat homeopathie dus ook niet wordt geaccepteerd door de reguliere geneeskunde. Daar komt nog bij dat de werkingswijze van de verdunningen die worden gebruikt in de homeopathie, botst met het denkkader van de reguliere geneeskunde. Zijn voorstel is dat de homeopathie laat zien dat ze wel degelijk óók een natuurwetenschappelijke basis heeft. Belangrijk daarbij is aantonen dat middelen die zo sterk verdund zijn dat ze geen moleculen van de werkzame stof meer bevatten, tóch effectief kunnen zijn.
Basis voor deel 1 en 2 van dit artikel zijn publicaties van Nico Westerman in het Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde van 2013, nr 1 en 3.

 

Deel 2 leest u hier

De basis is er ...

maar er is nog veel te doen!

Geregeld worden nieuwe artikelen toegevoegd aan deze website; zowel het kenniscentrum op deze website als de database groeien gestaag. Dat gebeurt heel zorgvuldig, zodat u kunt vertrouwen op de informatie die u hier vindt. Alle teksten worden geschreven en gecontroleerd door een team van professionals. In de database komen allereerst de meest voorkomende aandoeningen. Het kenniscentrum richt zich voor een belangrijk deel op 'wat u zelf kunt doen'.

Wilt u helpen? Word dan Vriend van Integrale Gezondheidszorg: van hokjes-denken op weg naar samen-denken.

Vrienden van integrale gezondheidszorg 

streven naar:

  • het bevorderen van betrouwbare, hoogwaardige integrale zorg voor iedereen die dat wil;
  • de erkenning van integrale zorg als onmisbaar element van een gezonde en vitale samenleving;
  • het beschikbaar maken van betrouwbare informatie over integrale zorg voor iedereen.

Voor minimaal € 10 per jaar wordt u Vriend en ontvangt u een digitaal tijdschrift met betrouwbare achtergrondinformatie over integrale gezondheidszorg (vier keer per jaar) en geregeld nieuwsflitsen.

Wilt u zich aanmelden om Vriend te worden? Vul dan uw gegevens in.

Lees meer

 

Mede mogelijk gemaakt door

Deze website wordt mede mogelijk gemaakt door verschillende  tijdschriften en bedrijven. Zij hebben geen invloed op de inhoud van de verstrekte informatie.

Logo Medisch Dossier Logo Hahnemann apotheek

 Logo Roode Roos

Zoek een behandelaar

Op de websites van de artsenverenigingen kunt u zoeken naar een behandelaar bij u in de buurt.

AVIG: Zoek een integraal werkende arts (o.a. medische acupunctuur, natuurgeneeskunde, homeopathische geneeskunde, tandartsen, niet-toxische tumortherapie)

Bel de Infolijn Alternatieve Geneeswijzen voor een persoonlijk advies (088-2424240 alle werkdagen en maandagavond open, normale telefoonkosten).